Kwaliteitsbeleid
Sinds de Wet kinderopvang op 1 januari 2005 in werking is getreden, is de sector kinderopvang verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn dienstverlening. Een verantwoordelijkheid die gekoppeld is aan het minimaal voldoen aan de kwaliteitseisen die vastgelegd zijn in het convenant Kwaliteit en de daarvan afgeleide Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.De controle op het voldoen aan deze eisen is gelegd bij de gemeenten, die de GGD hebben ingeschakeld om de organisaties hierop te toetsen.
Niet alleen de overheid wil de kwaliteit van de kinderopvang meten, de kinderopvangorganisaties zelf ook.
Om de kwaliteit en de toetsing hiervan te verbeteren heeft de ASKA gekozen voor certificering en het aanstellen van een kwaliteitsmedewerker die dit gehele proces begeleid. Door al het beleid en de daarvan afgeleide documenten, formulieren en protocollen zodanig te formuleren dat ze voldoen aan landelijk erkende kwaliteitseisen en te laten controleren op implementatie van en werken volgens deze kwaliteitsdocumenten voldoet de ASKA aan te controleren kwaliteitsnormen.
In januari 2010 heeft de ASKA het kwaliteitskeurmerk behaald en is HKZ-gecertificeerd.
De ASKA heeft als missie: kwaliteit – continuïteit – flexibiliteit in kinderopvang en streeft naar kwalitatief goede kinderopvang. Dit is ook in het strategisch beleid van de organisatie vastgelegd en keert jaarlijks terug in de jaarplannen.
De ASKA streeft niet alleen naar kwaliteit, maar ook naar gestructureerde verbetering van haar dienstverlening.
Om dit te kunnen meten moet de kwaliteit van dienstverlening beoordeeld worden.
De beoordeling van kwaliteit kent twee kernfuncties:
Intern: het doorlopend streven naar verbetering en vernieuwing van de geboden dienstverlening.
Extern: legitimering en verantwoording van het aanbod aan onder meer klanten en leveranciers.
Deze twee functies sporen met de verschillende manieren waarop kwaliteit kan worden beoordeeld, namelijk interne toetsing of zelfevaluatie en externe toetsing.
Wijzen waarop de ASKA zichzelf toetst of zich laat toetsen, zijn:
Tevredenheidmetingen onder zowel klanten als personeel, exitgesprekken met klanten en personeel, interne en externe audits, risico-inventarisaties en –evaluaties, interne en externe klachten en verbeteringsvoorstellen, GGD-rapportages.
Zo ontstaat een cirkel die voortdurend doorlopen wordt met als gewenst resultaat: verbetering van kwaliteit van dienstverlening.












Kwaliteitsbeleid