Zelfbeeld en zelfvertrouwen
Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf nodig
De meeste ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen opgroeien tot zelfstandige mensen. Mensen die later zelf hun keuzes maken in het leven en beslissingen kunnen nemen. In deze tijd wordt zelfstandigheid hoog gewaardeerd. Dat is niet altijd zo geweest. In de tijd van onze grootouders stond bijvoorbeeld opvoeden tot gehoorzaamheid hoog in het vaandel. Om op te groeien tot zelfstandige en zelfbewuste mensen hebben kinderen vertrouwen in zichzelf nodig. Ze moeten leren wat ze aankunnen, zelf kunnen inschatten wat nog te moeilijk of te gevaarlijk is, zelf hun grenzen leren bepalen. Dat leren ze niet vanzelf, maar daarbij hebben ze de hulp en ondersteuning nodig van volwassenen.
Zelfvertrouwen ontwikkelen is een heel belangrijke factor in de hele ontwikkeling van het kind.
Zelfvertrouwen heeft te maken met hoe je je voelt, met wat je al kan, met hoe je met elkaar omgaat en hoe je met verantwoordelijkheid en zelfstandigheid om kan gaan. Kortom: een gezonde dosis zelfvertrouwen heeft ieder nodig.
Zelfbeeld en zelfvertrouwen betekenen niet hetzelfde
Het zelfbeeld zijn alle eigenschappen waarmee iemand zichzelf beschrijft. Een kind kan zichzelf beschrijven met: ik ben een jongen, ik zit op voetballen, ik ben de oudste van de klas, ik heb vriendjes. Als een kind groeit wordt dit beeld van zichzelf steeds omvattender. Als er een waardering aan die eigenschappen gegeven wordt, spreek je over het gevoel van eigenwaarde. Dan is het dus: ik ben een leuke jongen, ik kan goed voetballen, anderen kijken tegen mij op, ik ben populair. Een positief gevoel van eigenwaarde noemen we zelfvertrouwen. Een kind met een negatief zelfbeeld (ik ben nergens goed in, ze vinden mij niet leuk) is vaak faalangstig.
Een positief zelfbeeld moet zich ontwikkelen bij een kind; het is niet aangeboren
Zelfvertrouwen wordt gevormd door hoe het kind over zichzelf denkt en door de ervaringen die het opdoet. Daarom is de rol van ouders en opvoeders zo belangrijk. Zelfvertrouwen groeit door de mogelijkheden in de omgeving waarin een kind opgroeit, door de ruimte die het krijgt om zich te ontplooien en vooral door een positieve en steunende benadering door ouders, leerkrachten en anderen.
Je kunt kinderen helpen zelfvertrouwen te ontwikkelen. Dit wordt bereikt door:
De meeste ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen opgroeien tot zelfstandige mensen. Mensen die later zelf hun keuzes maken in het leven en beslissingen kunnen nemen. In deze tijd wordt zelfstandigheid hoog gewaardeerd. Dat is niet altijd zo geweest. In de tijd van onze grootouders stond bijvoorbeeld opvoeden tot gehoorzaamheid hoog in het vaandel. Om op te groeien tot zelfstandige en zelfbewuste mensen hebben kinderen vertrouwen in zichzelf nodig. Ze moeten leren wat ze aankunnen, zelf kunnen inschatten wat nog te moeilijk of te gevaarlijk is, zelf hun grenzen leren bepalen. Dat leren ze niet vanzelf, maar daarbij hebben ze de hulp en ondersteuning nodig van volwassenen.
Zelfvertrouwen ontwikkelen is een heel belangrijke factor in de hele ontwikkeling van het kind.
Zelfvertrouwen heeft te maken met hoe je je voelt, met wat je al kan, met hoe je met elkaar omgaat en hoe je met verantwoordelijkheid en zelfstandigheid om kan gaan. Kortom: een gezonde dosis zelfvertrouwen heeft ieder nodig.
Zelfbeeld en zelfvertrouwen betekenen niet hetzelfde
Het zelfbeeld zijn alle eigenschappen waarmee iemand zichzelf beschrijft. Een kind kan zichzelf beschrijven met: ik ben een jongen, ik zit op voetballen, ik ben de oudste van de klas, ik heb vriendjes. Als een kind groeit wordt dit beeld van zichzelf steeds omvattender. Als er een waardering aan die eigenschappen gegeven wordt, spreek je over het gevoel van eigenwaarde. Dan is het dus: ik ben een leuke jongen, ik kan goed voetballen, anderen kijken tegen mij op, ik ben populair. Een positief gevoel van eigenwaarde noemen we zelfvertrouwen. Een kind met een negatief zelfbeeld (ik ben nergens goed in, ze vinden mij niet leuk) is vaak faalangstig.
Een positief zelfbeeld moet zich ontwikkelen bij een kind; het is niet aangeboren
Zelfvertrouwen wordt gevormd door hoe het kind over zichzelf denkt en door de ervaringen die het opdoet. Daarom is de rol van ouders en opvoeders zo belangrijk. Zelfvertrouwen groeit door de mogelijkheden in de omgeving waarin een kind opgroeit, door de ruimte die het krijgt om zich te ontplooien en vooral door een positieve en steunende benadering door ouders, leerkrachten en anderen.
Je kunt kinderen helpen zelfvertrouwen te ontwikkelen. Dit wordt bereikt door:
- Eigen initiatief van een kind en eigen pogingen om iets zelf te doen te stimuleren en te belonen. Kleine beloningen of bemoedigingen werken het beste: 'ik weet dat je het kunt', 'probeer maar, het lukt je wel'. Grote beloningen kunnen averechts werken. Laat het kind zelf kiezen en als dat niet kan neem de wensen van het kind in elk geval serieus,
- Verwachtingen uit te spreken en eisen te stellen die afgestemd zijn op het kunnen van het kind. Stel niet te hoge eisen, maar help het kind in stapjes vooruit te gaan. Dit vraagt tijd en flexibiliteit. Hou rekening met het kind en geef het die taken en verantwoordelijkheden die het aankan.
- Opbouwend te prijzen en opbouwende kritiek te geven. Zeggen wat je prettig vindt, maar ook een knipoog of een knuffel geven. Luisteren, aandacht hebben. Gedrag wat je vervelend vindt benoemen. Zeggen waarom je het niet leuk vindt en aangeven hoe het anders kan.













Zelfbeeld/vertrouwen