Over dromen
Alle mensen dromen
Iedere nacht. Er zijn mensen die zeggen dat ze nooit dromen. In werkelijkheid herinneren ze hun dromen niet. Er zijn wetenschappers die denken dat dromen van grote waarde kunnen zijn om jezelf beter te kunnen begrijpen. Of ze kunnen de doorslag geven bij een belangrijke keuze die je moet maken. Daarnaast is bekend dat een paar van de mooiste boeken, muziekstukken en schilderijen door de kunstenaar eerst zijn gedroomd. Eigenlijk is het echter zo dat er heel weinig van het hoe en waarom van dromen bekend is.
Vermoed wordt wel dat het een heel belangrijk onderdeel van de slaap is. Het slapen verloopt in een aantal fases waarbij hele diepe slaap, waarin niet gedroomd wordt, afgewisseld wordt met een onrustige lichte slaap. Volwassenen hebben tijdens de slaap ongeveer vijf lichte slaapperiodes en dromen zo'n twee uur per nacht. Bij kinderen zijn de periodes van licht slapen en dromen veel langer. Ze kunnen dan ook gemakkelijk wakker worden. Kinderen dromen over het algemeen vaker en langer dan volwassenen. Als je ouder wordt, neemt het dromen dus een beetje af.
Kinderdromen
Kinderen dromen anders dan volwassenen. Het soort dromen verandert langzaamaan in de loop van de jaren. Terwijl volwassenen over het algemeen bewegende beelden dromen, zoals bij een film, zien kinderen vooral als ze nog heel jong zijn meestal stilstaande beelden, zoals bij een foto. Ook komen kinderen vaak voor hun vijfde jaar zelf niet voor in hun dromen. Dit komt doordat kinderen het moeilijk vinden zichzelf voor te stellen in een situatie waarin ze zich nog nooit bevonden hebben. Kinderen tot een jaar of vier kunnen niet precies uitleggen wat ze in hun slaap beleven, maar vaak gaat het over bekende zaken uit hun omgeving of over dieren. De droom kan eng zijn omdat de peuter/kleuter nog geen onderscheid kan maken tussen fantasie en werkelijkheid. Een paar jaar later worden de dromen avontuurlijker; er gebeurt meer en er komen vaak bekenden en familieleden in de dromen voor. Opvallend is dat het kind in de droom vaak erg passief is. Hij is een toeschouwer in zijn eigen droom. Jongens dromen vaker van nare dingen dan meisjes. Naarmate ze ouder worden gaan kinderen steeds vreemdere dingen dromen. Kinderen van de bovenbouw basisschool dromen nog vaak over hun directe omgeving: school, huis of over buitenspelen. Enge dromen komen minder vaak voor en de kinderen worden zelf actief in hun droom. Ze krijgen meer controle. In de puberteit kunnen dromen weer minder aangenaam en vreemder worden.
Enge dromen
Het kind verwerkt in zijn droom de indrukken die het overdag heeft opgedaan. In dromen kunnen dus ook de angsten of frustraties van een kind naar boven komen. Het kind heeft dan een enge droom gehad. Bij hele enge dromen spreken we van een nachtmerrie. Zo af en toe een enge droom of nachtmerrie is geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft wel eens angsten of zit wel eens ergens mee. Dat is normaal in de ontwikkeling. Een erg drukke dag kan voor nachtmerries zorgen, maar ook vermoeidheid of te weinig slaap.
Dromenvanger
Ook al hoeft een enge droom of nachtmerrie niet meteen te betekenen dat er iets aan de hand is, een kind kan er wel last van hebben. Door te praten over de droom en het bijbehorende gevoel te benoemen kun je een stuk van de angst wegnemen. Belangrijk is wel niet te veel in te vullen voor het kind maar het zelf te laten vertellen of het een betekenis te geven. Ook kun je een kind helpen door samen dingen te bedenken waardoor de dromen weg blijven. Bijvoorbeeld 's avonds voor het slapen gaan samen alle boze dromen weg te blazen of een dromenvanger (van alles kan hiervoor doorgaan) op te hangen. Daar blijven alle nare dromen in hangen. Kinderen hebben vaak ook veel steun aan een knuffel ter beschermen tegen de nare dromen. Het mooiste is wanneer het kind zelf iets verzint om zich te beschermen tegen de dromen.
Rituelen
Bij het slapen gaan kan het een en ander gedaan worden om enge dromen te voorkomen. Het is prettig en belangrijk dat het naar bed gaan rustig verloopt en via een vast ritueel. Een verhaaltje, muziek, een kus, een knuffel mee. Wanneer er iets vervelends is gebeurd in de loop van de dag, kan het goed zijn hier voor het slapen gaan nog even over te praten, zodat het kind dit kwijt kan. Het kan ook helpen om samen met het kind voor het slapen gaan iets leuks te verzinnen om over te dromen. Want wat is er leuker dan een fijne droom: "Iedereen riep: Hieperdepiep! Daarna werd ik gekust en gekroond. Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd!"
Iedere nacht. Er zijn mensen die zeggen dat ze nooit dromen. In werkelijkheid herinneren ze hun dromen niet. Er zijn wetenschappers die denken dat dromen van grote waarde kunnen zijn om jezelf beter te kunnen begrijpen. Of ze kunnen de doorslag geven bij een belangrijke keuze die je moet maken. Daarnaast is bekend dat een paar van de mooiste boeken, muziekstukken en schilderijen door de kunstenaar eerst zijn gedroomd. Eigenlijk is het echter zo dat er heel weinig van het hoe en waarom van dromen bekend is.
Vermoed wordt wel dat het een heel belangrijk onderdeel van de slaap is. Het slapen verloopt in een aantal fases waarbij hele diepe slaap, waarin niet gedroomd wordt, afgewisseld wordt met een onrustige lichte slaap. Volwassenen hebben tijdens de slaap ongeveer vijf lichte slaapperiodes en dromen zo'n twee uur per nacht. Bij kinderen zijn de periodes van licht slapen en dromen veel langer. Ze kunnen dan ook gemakkelijk wakker worden. Kinderen dromen over het algemeen vaker en langer dan volwassenen. Als je ouder wordt, neemt het dromen dus een beetje af.
Kinderdromen
Kinderen dromen anders dan volwassenen. Het soort dromen verandert langzaamaan in de loop van de jaren. Terwijl volwassenen over het algemeen bewegende beelden dromen, zoals bij een film, zien kinderen vooral als ze nog heel jong zijn meestal stilstaande beelden, zoals bij een foto. Ook komen kinderen vaak voor hun vijfde jaar zelf niet voor in hun dromen. Dit komt doordat kinderen het moeilijk vinden zichzelf voor te stellen in een situatie waarin ze zich nog nooit bevonden hebben. Kinderen tot een jaar of vier kunnen niet precies uitleggen wat ze in hun slaap beleven, maar vaak gaat het over bekende zaken uit hun omgeving of over dieren. De droom kan eng zijn omdat de peuter/kleuter nog geen onderscheid kan maken tussen fantasie en werkelijkheid. Een paar jaar later worden de dromen avontuurlijker; er gebeurt meer en er komen vaak bekenden en familieleden in de dromen voor. Opvallend is dat het kind in de droom vaak erg passief is. Hij is een toeschouwer in zijn eigen droom. Jongens dromen vaker van nare dingen dan meisjes. Naarmate ze ouder worden gaan kinderen steeds vreemdere dingen dromen. Kinderen van de bovenbouw basisschool dromen nog vaak over hun directe omgeving: school, huis of over buitenspelen. Enge dromen komen minder vaak voor en de kinderen worden zelf actief in hun droom. Ze krijgen meer controle. In de puberteit kunnen dromen weer minder aangenaam en vreemder worden.
Enge dromen
Het kind verwerkt in zijn droom de indrukken die het overdag heeft opgedaan. In dromen kunnen dus ook de angsten of frustraties van een kind naar boven komen. Het kind heeft dan een enge droom gehad. Bij hele enge dromen spreken we van een nachtmerrie. Zo af en toe een enge droom of nachtmerrie is geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft wel eens angsten of zit wel eens ergens mee. Dat is normaal in de ontwikkeling. Een erg drukke dag kan voor nachtmerries zorgen, maar ook vermoeidheid of te weinig slaap.
Dromenvanger
Ook al hoeft een enge droom of nachtmerrie niet meteen te betekenen dat er iets aan de hand is, een kind kan er wel last van hebben. Door te praten over de droom en het bijbehorende gevoel te benoemen kun je een stuk van de angst wegnemen. Belangrijk is wel niet te veel in te vullen voor het kind maar het zelf te laten vertellen of het een betekenis te geven. Ook kun je een kind helpen door samen dingen te bedenken waardoor de dromen weg blijven. Bijvoorbeeld 's avonds voor het slapen gaan samen alle boze dromen weg te blazen of een dromenvanger (van alles kan hiervoor doorgaan) op te hangen. Daar blijven alle nare dromen in hangen. Kinderen hebben vaak ook veel steun aan een knuffel ter beschermen tegen de nare dromen. Het mooiste is wanneer het kind zelf iets verzint om zich te beschermen tegen de dromen.
Rituelen
Bij het slapen gaan kan het een en ander gedaan worden om enge dromen te voorkomen. Het is prettig en belangrijk dat het naar bed gaan rustig verloopt en via een vast ritueel. Een verhaaltje, muziek, een kus, een knuffel mee. Wanneer er iets vervelends is gebeurd in de loop van de dag, kan het goed zijn hier voor het slapen gaan nog even over te praten, zodat het kind dit kwijt kan. Het kan ook helpen om samen met het kind voor het slapen gaan iets leuks te verzinnen om over te dromen. Want wat is er leuker dan een fijne droom: "Iedereen riep: Hieperdepiep! Daarna werd ik gekust en gekroond. Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd!"













Over dromen